Selectie

Basisoriëntatie?
Een postduif hoort van nature te weten waar ze woont. Heel kort samengevat betekent dit een ingeprent thuishok, waar een rustplek is en waar ze voer krijgt. Voor een aanvlieger zijn deze twee dingen ook vaak genoeg om niet meer bij je te willen vertrekken. Het is een bekend effect dat duiven ook zelf een ander hok kiezen, omdat het hen aan een thuis ontbreekt. Ik denk dat zeker 10-15% van de jaarlijks gekweekte jongen op die manier verdwijnt. Ik werk dat in de hand door ze pas buiten te laten vliegen als ze al 10-12 weken oud zijn. Dan ontwikkelt zich hun kompas meer en meer, ze kunnen trouwens wel altijd buiten kijken omdat de voorzijde van het hok open is. Sommige jonge duiven gaan bij deze eerste kennismaking met de omgeving gelijk vele uren op de vleugels en komen soms pas na dagen weer terug op hun honk. Bovendien zijn ze vliegvlug waardoor ze niet zo’n gemakkelijke prooi zijn voor roofvogels. Ieder jaar blijkt dat voordeel weer opnieuw.

Meer lezen:
Dave Shewmaker heeft het vaak over het verschuiven van de normaalverdeling oftewel de Bell-curve. Hij pakt duivenkweek net zo aan als fokken van landbouwhuisdieren. Lees deze presentatie maar eens: ShewmakerPresentatie
Waar hij terecht op wijst en wat ook een veelgehoorde uitspraak is in duivenland, is dat op ieder hok goede duiven zitten. Toch is het streven om meer goede duiven te hebben dan gemiddeld en dat kan alleen door de lat hoger te leggen, ofwel de Bell-curve op te schuiven naar rechts. In een recent artikel van Dave Shewmaker legt hij dat nog eens haarfijn uit en daarin valt onderstaande Bell-curve op.
Horizontaal de kwaliteit van de duiven (van links doodgewoon tot rechts wereldklasse) en verticaal de frequentieverdeling (lees spreiding of aantallen). Er zijn heel veel gemiddelde duiven, heel weinig superslechte maar ook heel weinig supergoede postduiven voor jouw specifieke spel. Wil je de gemiddelde kwaliteit verhogen, dan moet je buiten de grote bubbel van ‘same’ zien te komen. Hierbij staat ‘same’ voor dezelfde kwaliteit als die je al hebt. Selecteer je daarbuiten (top 14% goed en 2% super) dan pas ga je echt met sprongen vooruit. Dat is slechts eenzesde jaarlijks overhouden van je vliegers en jongen. Kwekers weer beoordelen op de resultaten van vliegers en jongen (bij jezelf of bij anderen).
Daarbij moeten de duiven wel zoveel mogelijk vergelijkbaar zijn, dus dat pleit voor vaste selectiemomenten. Doordat veel jongen van dezelfde leeftijd zijn en op dezelfde vluchten gespeeld worden kun je al beter selecteren, hetzelfde geldt voor vliegers. Specialisatie maakt gerichtere selectie mogelijk.

Bell2Shewmaker

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s