Snotjongen

Geen taartvluchten dit jaar, een hok vol snotjongen is de reden. Gek genoeg begon het bij de kwekers, ik vermoed dat de vele muggen (neven zeggen we in het Fries) daar een rol in hebben, plus een enkele vreemdeling die werd bijgehaald. En zoals het met die snotkoppen dan gaat, langzaam maar zeker krijgen ze het allemaal. Met het bijzetten van de jongen bij de anderen krijgen die het natuurlijk ook, omdat de veroorzaker een virus is. Het is niet anders, zou ik ze nu meedoen dan betekent dat natuurlijk verliezen. En elk jong wat uit voorzorg thuisblijft (na een week, soms twee zijn ze weer in orde) kan natuurlijk niet makkelijk meer aanhaken terwijl de vluchten oplopen in afstand.

Twee jongen zijn intussen geëmigreerd naar Spanje, die doen mee op de Corabia Winter eenhoksrace. De anderen in het voorjaar maar een stoomcursus en mee met de afdeling. De eerste twee jaarlingen op Bergerac hadden in hun geboortejaar ook geen mand gezien, dus het kan ook best. Ze zijn als postduif geboren tenslotte. 

Advertenties
door wiebren

Orange en Bergerac

Test nummer 1 dit jaar voor de oude duiven was Orange. Hemelsbreed 970 km maar dat werd voor de meesten een flink stuk meer of langer. Er was één ervaren doffer mee van 2012, de enige met ervaring die er nog is, de anderen beleefden hun première op de marathon. Toch maar vroeg uittesten, anders spaar ik duiven op die ook volgend jaar nog te weinig ervaring hebben. Het werd in Balk 1 prijsje in de tweede helft van de uitslag, wel aardig dat dit duivinnetje wat nog een tijdje dacht liever bij een sierduivenhouder in Jubbega te willen blijven nu toch m’n eerste was op het hok. De oude doffer kwam als tweede, toen was er al 4,5u verstreken, 20 minuten later weer een duivin die onderweg een tikje had meegekregen. De volgende ochtend vroeg een vierde, toen waren de andere NIC’s nog aan het klokken dus in de afdeling leek het wat beter. Al met al niet ontevreden over het thuiskomen, uiteindelijk zijn er nog 2 onderweg. Wel wat schrammen op borstbenen en missende achtervleugel, waaruit blijkt dat het geen route zonder gevaar is, maar ook dat er wel karakter in de betreffende duifjes zit.

Uitslag Orange

Test nummer 2 is Bergerac, daarop zijn 18 duiven ingezet, 12 duivinnen en 6 doffers. Ben heel benieuwd. Op een doffer die zonder achtervleugel van Orange kwam en twee hele laatjes na zit de hele vliegploeg dus in de mand. Een mooie groeptest dus. Wat is er mee:

duivinnen:

  1. 16/562 uit Pepping x Jellema (Mighty Mo, Nirvana)
  2. 15/883 uit Wittebol (954) x Jellema ( Orion, Mirna)
  3. 16/857 uit Jellema (int. OrionxSaffier) x Jellema (Bergerac)
  4. 16/597 uit Abzu x Pepping
  5. 16/567 uit 143 Waterlander x Jellema (Hilton)
  6. 15/875 uit Wittebol (086) x Jellema (Hilton)
  7. 15/874 uit Jellema (bonte Piter) x Jellema (Bergerac)
  8. 16/574 uit 143 Waterlander x Jellema (Hilton)
  9. 16/584 uit broerxzus (bonte Piter x Bergerac -Jellema)
  10. 16/854 uit Jellema (Isa) x Droog (ZwartGoud x Dax)
  11. 16/848 uit Jellema (Teun) x Jellema (Hellas)
  12. 14/420 uit Wittebol (954) x Jellema (Hilton)
  13. 16/851 uit Abzu x Pepping
  14. 16/556 uit Jellema (int.Orion&Saffier) x Pepping
  15. 12/383 uit Beerda x Jellema (Orion, Mirna)
  16. 16/585 uit broer x zus (bonte Piter x Bergerac -Jellema)
  17. 16/573 uit 143 Waterlander x Jellema (Hilton)
  18. 16/591 uit Jellema (Teun) x Jellema (Hellas)

Update: om 7:00 werd de 15/875 geklokt, werd uiteindelijk een mooie 17e in afdeling 11 van 1466d en 44e sector 4 van ruim 2700d. 

Uitslag Bergerac


Om 7:37 haar halfzus 14/420 die ook nog mooi op tijd was. Ook een aantal jaarlingen lieten zich goed zien, ik was tevreden over het resultaat. 

door wiebren

Lek boven? 

Het tweede duivenseizoen op het nieuwe hok staat op het punt van beginnen. Aan de late kant wellicht, dat heeft vooral te maken met tijdgebrek tot eind april. Verandering van werk maakt dat ik nu weer meer tijd en aandacht aan de duiven kan besteden. Na het koppelen begin mei zijn de duiven ingespeeld, wat niet helemaal zonder kleerscheuren is verlopen. Daarmee is het aantal duiven met marathonervaring geslonken tot een paar. Dat heeft direct gevolgen voor het aantal vluchten wat ik dit jaar speel. De jaarlingen krijgen een dagfond en sluiten af met Bergerac, de meerjarigen gaan na Orange ook naar Bergerac of wellicht Narbonne. Een kort programma, het is niet anders. 


Tijdens een bezoek aan Jaap Mazee na diens wondere prestaties op Limoges en St. Vincent kwam het gesprek op hokaanpassingen. Thuisgekomen heb ik de luchtstroom aangepast door de openingen onder de golfplaten aan de achterkant dicht te stoppen met karton. Al snel merkte ik verschil in het klimaat en ook de duiven werden gladder en actiever. Hopelijk vertaald het zich in betere resultaten in dit korte seizoen.

door wiebren

Vliegroute

Het mysterie van het thuisvinden van onze reisduiven, dat blijft boeiend. Al een dikke twintig jaar verdiep ik me in technische snufjes die we de duiven mee kunnen geven om de route van hun thuisreis te ontrafelen. Mijn duiven en die van anderen werden ‘proefkonijn’ om apparaatjes te testen van meer dan 20 gram en het werd een fiasco. Ik legde contact met wetenschappers en techneuten wereldwijd. Intussen houden meer mensen dan ooit zich ermee bezig. En ondanks de enorme technologische vooruitgang in die twee decennia is er nog steeds geen doorbraak. Er zijn hele lichte zendertjes, gps-chips en tags, alleen te weinig secuur nog. Er zijn betere maar die zijn dan weer peperduur of te lomp om op het aerodynamische duivenlijf te knopen.

Ook in duivenland zijn er meer en meer die het internet afstruinen om zo’n volgsysteem voor duiven te ontwerpen. Sommigen omdat ze ook zo begeesterd zijn door dat mysterieuze zintuig van onze reisduiven, anderen omdat ze wat nieuws proberen te verkopen of om de kennis te gebruiken om meer succes te hebben op de wedvluchten. Alweer bijna 10 jaar geleden werd door PPN ingezet op een chip die real-time signaal moest doorgeven zodat we de stip op de kaart zouden kunnen volgen. Het werd niks meer dan een verspilling van geld. En inmiddels lonkt de markt voor ringen die de duivenroute op de kaart kunnen plotten, nu nog achteraf maar dat moet natuurlijk ‘live’ gaan worden. 

De laatste jaren heb ik ook veel contact hierover met trekvogelonderzoekers. Zo kwam ik ook aan de geolocators waarmee we duiven van Jellema uitrustten die vanuit Barcelona succesvol naar huis kwamen. Met de kennis van nu weten we die route toch nog steeds niet. Er zijn ook zenders die een paar duizend euro kosten en dan kun je elke minuut volgen. Het boeiende bij trekvogelonderzoek is dat iedere nieuwe route meer vragen oplevert dan antwoorden. En veel zegt over de invloed van de mens op het gedrag van de vogels. Ik twijfel er niet aan dat dat ook zo is voor de duivensport. Over vervoer, groepsgedrag, lossingsbesluiten, het weer en de uitslagen gaan we anders denken als de informatie van de vliegroutes ontsloten zal worden. Hoog tijd dat de WOWD met de NPO daar een programma voor opzet, om deze nieuwe ontwikkeling te ondersteunen.

Intussen is het voor de duiven nog steeds de gewoonste zaak van de wereld. Ze kiezen het luchtruim en weten gewoon wat ze moeten doen. Fascinerend!

door wiebren

Startmotor

Langzaamaan is seizoen 2017 ook weer begonnen, de vliegduiven hebben hun eerste ronden weer gemaakt en de jaarlingen worden overgewend naar nieuwe klep en hok. De vorstweken helpen mooi mee om de spaarbrander te activeren, weinig voer en koude dagen zetten de duiven op standje zuinig. Nu proberen het dagelijks uitvliegen er weer in te krijgen, dat past nog niet helemaal binnen de werkuren. Complicatie is dat ook de eerste krombek zich weer heeft gemeld, een slechtvalkdame deed een klein uurtje haar best om een jonge duivenborst in haar klauwen te krijgen. De oudste ploeg onder de laatjes ging de uitdaging aan om haar te dissen in de lucht, de jongsten knalden juist naar de grond, in de schuur, op de container, bij buurvrouw op de vensterbank, in een struik. Instinct is er nog dus. Boeiend om te zien dat deze overlevingsmodus gepaard gaat met een soort ‘shock’, duurt even voor ze daar weer uit zijn.

De les van vorig jaar heb ik nog vers in het geheugen: duiven niet buiten zonder toezicht in de periode dat de overwinterende roofvogels actief zijn. Dat kostte me toen waardevolle vliegduiven. Niet dat ik daar nu nog veel van heb zitten trouwens, maar dit jaar wil ik toch voorkomen dat de knockout al voor de vluchten een feit is.

Verder is het nogal rustig in mijn duivenwereld, één feestmiddag en kijkdag en verder alles laten lopen. Voor het seizoen begint hoop ik nog een kritische blik in mijn hokken te krijgen van een wereldmelker. Want een herhaling van 2016 zie ik niet zitten. En leren kan iedereen, zeker ook zo’n eigenwijze melker als ik.

door wiebren

Selectiegevoel

Treffend citaat in mijn favoriete duivenblaadje Duifke Lacht. Volgens ‘meneer Noël’ moet ik na zo’n belabberd seizoen als 2016 niet te streng selecteren, ook al is mijn gemoed daar wel toe geneigd. En hij heeft gelijk natuurlijk, de duiven kunnen het ook niet helpen dat de baas te druk bezet is met andere zaken en daardoor te laat ingreep op de vormdip, te optimistische verwachtingen had ook van het nieuwe hok. 

Dusss….waar leg je dan de lat? Niet op zolder inderdaad, dan blijft er niets zitten. Maar lager als de vloer kan toch ook niet, alles laten blijven wat thuiskwam is wel heel filantropisch. Gevoel volgen is ook een leuke, dat stond niet al te goed afgesteld afgelopen seizoen immers. En bij de kwekers moet het bijltje er ook door, zou er een leuke afdankertjesveiling op internet van kunnen maken: “aangeboden wegens ruimtegebrek-superstambomen!”.

Met wat raad en daad zal het ditmaal moeten denk ik, kritische blik op hok en vooral melker. En volgend jaar gewoon vliegen alsof ik een jaartje sabbatical heb genomen 😉

Samengevat blijven er twee van 2012, eentje van 2014 en 5 jaarlingen over. De anderen gaan eruit en met hen hun ouders in het kweekhok. Nu maar wat hoop vestigen op een flinke ploeg jonge aanwas. Op naar 2017. Het wordt een heel rustig winterseizoen in ieder geval.

door wiebren

Pokke eind


Collega-WOWD’er Rudo reed de afgelopen dagen de omgekeerde route en verzuchtte bij het passeren van deze afrit: “Pokke eind, respect”. Toen waren de twee door mij meegegeven duivinnen nog onderweg, al had liefst één van hen voor een mooie klassering toen thuis moeten zijn. Dat thuiskomen deed de eerstgetekende pas toen ik de lege klok was gaan afslaan in Balk. Voor het eerst sinds ik daar meedoe met dé klassieker van de middaglossing lag ik er onderdoor. Schrale troost dat er meer waren zoals ik en schrale troost dat bij thuiskomst de beste van de 2 dames – de 022 van 2012- wel thuis was. Maar daar koop je niks voor. 

Ik weet dat mijn duiven lang thuiskomen, maar achteraf had ik de 022 en daarmee ook de duivin die nog niet thuis is, gewoon niet mee moeten geven. Want ze was flink afgevallen en is dus eigenlijk op haar tandvlees thuisgekomen. Domme melker dus, want zulke duiven (4 op 4 tot nu toe) heb ik verder niet meer. Haar doffer twee weken geleden verspeeld op een trainvluchtje, na 4 succesvolle St. Vincents en een Perpignan vorig jaar. Opleren is link bij de ervaren rotten, alweer. Eerder nog een paar ervaren rakkers opgepeuzeld door de roofvogels, dan is de spoeling wel erg dun. Deze wake-up call is blijkbaar even nodig, dus Brive maar even overslaan en de boel op de rit krijgen. Standaard grijpen de meeste melkers nu naar de geel -of ornithosekuur. Ik wil dat niet, dus moet ik het lek boven krijgen. Te beginnen bij het hok.

door wiebren

Fit voor het broedseizoen

Markus.Varesvuo.HidePhotography.com.Accipiter.gentilis.Goshawk.Heja1De duiven zijn conditioneel aardig op de rit, ze vliegen al maanden regelmatig buiten. Dat heeft als voordeel dat ik straks heel gemakkelijk in kan stappen in het vliegseizoen wat bijna van start gaat. Het heeft ook een overduidelijk nadeel: de havik. Jarenlang had ik eigenlijk weinig last, omdat mijn duiven pas regelmatig loskwamen op het moment dat de havik zat te broeden en dus weinig prooi nodig had. Zodra die de jongen groot had en dus de honger weer groter werd, waren de duiven al volop in het vliegritme en niet meer te verschalken.
Door het nieuwe hok had ik al een veel kleinere vliegploeg, want bij de sloopwerkzaamheden was ik wat krap behuisd. Daarna heb ik ze vroeg los gelaten want de oude coördinaten moeten natuurlijk uit het systeem. Bovendien had ik een aardig koppeltje laatjes, en die moesten ook uitgewend worden na de bouwactiviteiten.
Al met al logische en noodzakelijke veranderen ten opzichte van andere jaren.
Dat kost me wel de nodige duiven, want de ploeg laatjes is meer dan gehalveerd en ook uit de vliegploeg is al een tiental duiven verdwenen in de maag van de Accipiter gentilis.

Gisteren heeft Falco Ebben de duivenfilm met roofvogeltips van Ben de Keijzer op YouTube geplaatst. Bekijk deze roofvogelfilm in drie delen hier: Deel 1  Deel 2 Deel 3

De logica van Ben blijkt hier ook al een aantal jaren prima te werken:

  • Begin met het uitlaten van de duiven na de equinox (20 mrt). Hiermee voorkom je dat jouw duiven de prooien worden waarmee de mannetjes-havik z’n vrouwtje verleidt.
  • De duiven niet te dik uit de startblokken laten komen, schraal voeren in de winter (na de rui) dus. Zeker als er ook nog weinig te eten is aan andere prooidieren.
  • Ook niet eerder jongen kweken omdat die dan ook vroeg buiten komen, nog eerder een prooi zijn zelfs dan de ouden.
  • De jongen zo ‘wild’ mogelijk laten opgroeien, zodat ze alert zijn en gewend zijn om de natuur te lezen (heb niet voor niks zo’n open voorfront in het hok van de jongen).
  • Zorgen dat je ook bij de winter-equinox (22 sept.) vliegvlugge jongen hebt die de jonge haviken -die beginnen te jagen als ze 20 weken oud zijn- te slim af kunnen zijn.

Dit jaar kan het niet zoals het moet, dus dan moet het maar zoals het kan. Dat betekent wel dat de vliegploeg al aardig uitgedund is. Ik zal mijn vluchten uit moeten zoeken en telkens met kleine ploegjes mee gaan doen t/m eind juli. Daarna vakantie en na de vakantie mogen de jongen aan de slag. Van die laatste groep moet ik dit jaar maar wat extra kweken om het bestand weer voldoende aan te vullen. Want een vliegploeg van minder dan 25 duiven is wel heel mager, zeker als maar 1/3 ervaren oude duiven is.

door wiebren

Scheiden om te kweken

  
Wat een weelde, vijf groepjes duiven en vijf afdelingen beschikbaar. Dat kon ik in de oude huisvesting niet zonder veel kunst -en vliegwerk realiseren. De dagen dat het echt gewinterd heeft zijn nog steeds op één hand te tellen, de dagen lengen alweer en dus heb ik vliegers en kwekers gescheiden. Het gaat nog wel een dikke maand duren deze echtscheiding, de kweek begint zeker niet eerder dan begin april. Bij de vliegduiven blijk ik nog over 10 doffers en 12 duivinnen te beschikken, bij de kwekers zitten er evenveel duivinnen en 1 doffer meer. In het hok voor de jongen zitten de laatjes van 2015, van 18 intussen al verminderd tot 13 stuks. Totaal minder dan 60 duiven dus, zeker de vliegploeg is wat krap bezet. 

We zijn ook weer bezig met de vakantieplanning, ditmaal valt de achterkant van het seizoen af, een dikke maand om vluchten te programmeren beginnend bij St. Vincent is de planning voor 2016. Zowel de vliegers als de laatjes toeren zo’n beetje dagelijks hun rondjes over het dorp, lijken goed gezond. Er was ook een scheefvlieger bij maar die is al snel opgeeist door de natuur. Rustig is het in deze periode zeker, mooi wat gelegenheid om de laatste dingetjes op en rond het hok af te ronden. Rustig is ook de voeding, wat meer gerst, grit en groente, dan in de zomer, zo blijven de maagjes gevuld qua volume. Anders vreten ze zich te barsten aan alles wat op vulling lijkt, zoals roodsteen. 

Vorige week nog een aardig uitje, waar de presentatie van Dave Shewmaker hier op de site inspiratie bleek op te leveren aan Ton van der Walle en zijn kompanen in Beerta. Een leuk en gemoedelijk avondje melken met nog een spontane toegift ook. Meer moet dat niet zijn, zeggen de Vlamingen terecht.

door wiebren

Nieuwjaar, nieuwe kansen

imageOp oudjaarsdag de laatste afwerking buitenom (o.a. dakgoot) afgerond en op nieuwjaarsdag konden de duiven ook naar de laatste afdeling die er in de kerstvakantie weer is bijgeplaatst. Daarmee is het meeste werk aan het nieuwe hok nu klaar. Zoals het hierboven op de foto staat is het grootste gedeelte ervan te zien. Van links een afdeling voor de jonge duiven (met open voorfront), via twee afdelingen voor de vliegduiven (dubbele deuren en linker raam) en achter het laatste schuifraampje hebben de kweekduiven hun plek. Het deel wat niet zichtbaar is op de foto is een opslagruimte waar nog duiven kunnen zitten als ik een extra afdeling nodig heb. Totaal 4 afdelingen en 1 reserve, waar ik eerder telkens drie had en geen extra ruimte zodat ik bijvoorbeeld gescheiden kweekduivinnen wel eens noodgedwongen in een deel van de voliere moest stoppen. Die voliere is trouwens nog niet teruggeplaatst, ik had ze voor het hele hok van de ouden, maar ik denk niet dat ik weer een ren maak voor de vliegduiven. Wat is wijsheid? Eerst dacht ik dat het nuttig was, zeker in de winter, maar nu ben ik daar niet meer zo zeker van. Voor de kwekers zie ik het nut er wel van in trouwens, dus voor die afdeling plaats ik nog weer een deel van de rennen.

Zo zijn er wel meer van die zaken die je weer ter discussie kunt stellen nu alles opnieuw ingericht wordt. Ik had op de vloer immers roosters en intussen ben ik weer een krabber. Deels vanwege het vocht wat eerst nog in de vloerplaten en wanden zat, maar ook nu de boel weer droog is merk ik dat ik weer snel aan het regelmatige schoonmaken wen. Dus of de roosters weer op het hok komen, of dat ik het houd bij een bodem van schelp, stro en droge mest, ik ben er nog niet helemaal uit. Wat me opvalt is dat een paar duiven die anders altijd wat kapotte veertjes achter de oren hadden daar nu weer van verlost zijn. Op andere hokken zag ik het ook al meer dan eens, sommige duiven zitten blijkbaar vaak met hun kopje tussen de spijlen. Qua ventilatie merk ik wel duidelijk verschil met het oude vlieghok, door de golfplaten is er altijd trek en daardoor is het veel minder weer -en windgevoelig. Dat uit zich in duiven die mooier rond blijven met een betere kleur op de spieren en strakkere kopjes.

Over het resultaat van de verbouwing ben ik zeker tevreden, na het vliegseizoen moet het natuurlijk nog allemaal even goed in de verf gezet worden, zodat het ook weer oogt als een geheel. En verder moeten er nog wat kleinere klusjes geklaard worden, zoals het aanleggen van elektra en natuurlijk moet de valplank nog voor het vlieghok, maar verder ben ik wel aardig klaar voor het nieuwe jaar!

 

door wiebren