Voeren en voorbereiden

Voeren

Een veelbesproken onderwerp is het voeren van de duiven. Een onderdeel waarbij ik al veel uitgeprobeerd heb en ook veel fouten mee heb gemaakt. Van ingewikkelde schema’s heb ik afscheid genomen, evenals van hoogdravende mengelingen. Het voeren in de zomer begint -gek genoeg- in de winter. Als de temperaturen dalen kunnen vogels in de natuur weinig meer van hun gading vinden. Ook mijn duiven gaan dan naar hun winterregime, ik wil de spaarbrander activeren.
Ere wie ere toekomt, onderstaande tekst is een beknopte weergave van hoe Eduard Verheij aankijkt tegen het fenomeen ‘spaarbrander’. Ik heb de winter van 2011 benut om dit op mijn hok in praktijk te brengen en ondanks de strenge winter (net geen 11stedentocht) werkte het perfect. Dingen die werken moet je behouden, dus vanaf afgelopen winter zit het standaard in mijn ‘systeem’:

Het is handig als een echte winterkou voorhanden is, waarmee de duiven eigenlijk direct ‘in de stemming’ kunnen komen. In de vrije natuur kun je dezelfde waarnemingen doen, dus past het extreem goed in het ‘zo natuurlijk mogelijk’ houden van postduiven. Wat opvalt is dat een hele schrale winter kan zorgen voor een extra uitbundige reactie als lente en zomer weer in aantocht zijn.

Ingrediënten: Schraal wintervoer, mengeling met veel gerst, haver, paddy. max 15-20 gram per duif per dag. Zeker eens per week vasten, uiteraard wel water. Genoeg groen: o.a. kool en wortel, fijn gesneden. Grit, kiezel, schelp, altijd voorhanden.

Controle van de duiven: Bij het keuren van de duiven in de hand, valt op dat een aantal ervan wat schraler aanvoelen. Duiven moeten wel ‘op de spaarbrander’ willen, duiven die hun stofwisseling niet aanpassen zullen in plaats van vol en rond (en toch licht) eerder slap en schraal aanvoelen. Dit zijn zgn. ‘attentieduiven’. Als de temperatuur oploopt moeten de duiven dat als vanzelf ook doen. Pootjes mogen warm zijn, maar eerder ‘flets’ in kleur, zeker niet paarsrood. Glad in het borstvlees is goed, maar zonder schilfers zeker niet nodig.

In het vliegseizoen krijgen de duiven volle bak (vanaf de kweek) van een gevarieerde vliegmengeling, daarop moeten ze ook hun invliegprogramma afwerken. Veel opvoeren doe ik dan niet, ze mogen ook best eens hun tankje leegvliegen. De laatste dagen voor de inkorfdag krijgen ze extra vetten in hun voer, hetzij in de gezamenlijke voerbak, soms in een potje in hun broedbak.

Opgroeien van de jonge duiven
20130915-115131.jpg
bewerkte tekst Eduard Verheij:
Nadat ze zonder probleem en afkeuring uit het ei zijn gekropen liggen er als het goed is twee jongen in het nest. Ze moeten een regelmatige groei laten zien, iedere dag wat voller en mooier. De zichtbare huid en pootjes glimmen alsof ze ingevet zijn. Het vlees puilt wat over het -nu nog kleine- borstbeen.
De kopjes staan recht tussen de schouders, buikje is mooi gevuld net als de krop. De jongen liggen rustig en geluidloos in de nesten.

De kleur is zoals de binnenkant van een gezond kinderarmpje. Er mogen geen dikke aderen te zien zijn op de buik. Ook geen door de buikwand zichtbare grote lever. Na een week of drie zijn ze speenklaar, zonder dat ze vet en zwaar zijn, zeker niet met een dikke weke buik.

20130915-115211.jpg

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s